CHAGRIJNIGE FEEKS HEEFT KINDERWENS
De make-up wordt verwijderd. De pruik afgezet. Dan pas zie je dat de rol van de chagrijnige tante Cato wordt gespeeld door Eric Beekes. Vriend en vijand zijn het erover eens dat de Amsterdammer een
onnavolgbare vertolking neerzet van het enge wijf. Ingewijden denken dat een nominatie van de jaarlijkse musical-award hem niet meer kan ontgaan.

Zakelijk zijn alle dromen van Eric Beekes uitgekomen. "Ik heb alles gedaan wat ik wilde", vertelt Eric Beekes. "Heb op toneel gestaan, in het circus, cd's gemaakt, een tv-show gehad... Alleen een kind kwam er maar niet.
Het zat er gewoonweg nooit in. Ik wilde zo graag bij het theater. Ik heb gekozen voor dit leven. Dan is kinderen krijgen moeilijk. Dit werk is mijn roeping. Al van een jaar of vier was ik me thuis aan het verkleden. Dat theatrale zat er altijd al in."
Nooit had Eric gedacht dat er een musical op zijn pad zou komen. "Maar wat een succes heb ik hier mee. Deze rol is mij op het lijf geschreven. Bij elke opkomst van tante Cato begint het publiek te lachen. Dat is echt een cadeautje. De rol van burgervrouw ligt in het verlengde van wat ik deed. De afgelopen jaren speelde ik vaker een oude vervelende tante."
Heel graag had Eric beekes kinderen gewild, maar spijt van zijn leven heeft de Amsterdamse acteur niet. "Het is zo gelopen", vertelt hij. "Maar het spelen van al die jeugdvoorstellingen werkt heel goed. Daar krijg ik enorme voldoening van. Kinderen zijn veel eerlijker. Staan open voor veranderingen en nieuwe dingen. Dat is zo verrassend.

Wat Eric Beekes ooit nog zou willen? Een eigen liedjesprogramma is een stille wens van de 56-jarige alleskunner. "Of een hommage brengen aan Adèle Bloemendaal. Die vrouw wil ik graag eens eren."

Richard van de Crommert, maandag 20 maart 2006




IDEALE MUSICAL VOOR DE HELE FAMILIE
De lotgevallen van een ondeugende jongen, dat is de ondertitel van het beroemde boek waarmee een zekere Christiaan van Abkoude negentig jaar geleden naam maakte. Zijn eerste boek over Pietje Bell verscheen in 1914 en was meteen een succes. Er zouden er nog zeven volgen, uit Amerika, want de geëmigreerde schrijver keerde nooit meer naar Nederland terug.
Pietje Bell is nog altijd populair, het baldadige Rotterdamse joch dat zich telkens weer in de nesten werkt. Hoe goed hij het ook bedoelt. Dat zijn avonturen in deze tijd wat braaf overkomen, doet er niet toe. Zeker omdat de gelijknamige musical expliciet kiest voor een historisch tijdsbeeld. Meubels, decor, aankleding, alles ademt de jaren dertig.

In grote trekken laat tekstschrijver Edwin de Jongh het oorspronkelijke verhaal intact. Pietje, nakomertje in een arm Rotterdams gezin en oogappel van zijn vader, is innemend en baldadig. Hij neemt zijn tante Cato in de maling, doet een aanval op haar irritante wrat en ontmaskert ook nog even een stel echte dieven. Dit tot grote woede van de drogist Geelman en zijn brave zoon die proberen Pietje zwart te maken.

Pim Wessels is een onweerstaanbare Pietje en Johnny Kraaijkamp als de zure drogist pakt in zijn karikaturale vertolking lekker uit.
Maar de ster is tante Cato. Eric Beekes maakt van haar een verrukkelijk monument.

Nederland schreeuwt om familiemusicals, kraait het programma. Van musical-moeheid was op de première in elk geval nog geen sprake. Hier kan het hele gezin met een gerust hart naar toe.

Marian Buijs, maandag 24 oktober 2005



TANTE CATO SPRINGT ER UIT IN PIETJE BELL
De avonturen van het Rotterdamse straatschoffie Pietje Bell behoren inmiddels tot het Hollandse culturele erfgoed. De schepping van Chr. van Abkoude zag in 1914 het licht.
'Pietje Bell, de musical' beperkt zich tot ongeveer de eerste twee delen waarin vooral de periode rond zijn tiende levensjaar aan bod komt. Allemaal doen ze mee: de vrienden van Pietje Bell met voorop Sproet, vader Bell, de vrolijke schoenmaker, lieve mama Bell, grote zus Martha en de altijd mopperende buurman, drogist Geel met zijn voorbeeldige zoon Jozef. En natuurlijk tante Cato. De zure dame met de enorme wrat op haar neus.
Waar de andere rollen natuurlijk zijn ingevuld, is tante Cato bijna letterlijk tot groteske proporties opgeblazen. En dat werkt goed omdat Eric Beekes die karikaturale rol toch heel menselijk weet te houden.
Voor de rol van Pietje en zijn vriendjes is een rij jonge acteurs geselecteerd, gelet op de beperkingen die er zijn voor minderjarige spelers. En ze doen het uitstekend, maar
het is toch vooral tante Cato die de held is van 'Pietje Bell, de musical'.

Marc Couwenbergh, eind januari 2006




EEN DEKSELS VLOTTE MUSICAL
Zondagmiddag drie uur. De theaterzaal van de Meervaart in Amsterdam zit stampvol met kinderen en volwassenen. Allemaal nieuwsgierig naar de nieuwe Nederlandse familiemusical over het Rotterdamse jochie Pietje Bell.
Het doven van het zaallicht heeft het gebruikelijke effect. Het wordt stil in Amsterdam.
De voortstelling loopt gesmeerd. Dat vindt het publiek in elk geval. Harten worden gevolgd, er wordt gelachen, geklapt. Pietje deugt, dat is duidelijk. Een vlotte musical met prachtige nieuwe liedjes van Ruud Bos. Een prima Pietje, een fijne trouwe vriend Sproet, een toffe vader, lieve moeder en leuke zus. En voor de komische noot, de hilarische lach, zijn er uitermate komische stripfiguurachtige karakters van drogist Geelman (Johnny Kraaijkamp) en tante Cato (Eric Beekes).
In de artiestenfoyer heerst na afloop een soort feeststemming. Er zijn bitterballen, een schaal met loempiaatjes en er is drank. Een zo goed verlopen eerste try-out mag gevierd.
Eric Beekes heeft de knalrode lippenstif nog op als hij aanschuift. Hoe was tante Cato? Grappig? Niet te lief? "Ik heb heel lang een productie gedaan met Heddy Lester. Daarin speelde ik ook een tante. Rondborstig ook, groot en dik. Drie dagen geleden dacht ik dat ik een beetje te ver was doorgeschoten met deze tante Cato. Ze is te veel op die vorige tante gaan lijken. Veel te gezellig. Hans Cornelissen, die me voor deze rol heeft gevraagd, zei toen dat ik aan het woordje 'zuur' moest denken. Ik heb vanaf dat moment bij alles wat ik op het podium zei aan zuur gedacht. Dat was een soort sleutelwoord. Heleboel bewegingen weggelaten. Zuur opkomen, zuur kijken, zuur praten.
Ik ben blij met deze rol. Een karikatuur, een soort stripfiguur. Niet de man die een vrouw nadoet."
Beekes heeft een heel zware repetitieperiode achter de rug, zegt hij. "Ik was kleinere producties gewend. Als je met zoveel mensen werkt als hier moet je je heel precies aan de tekst houden. Als je er een zinnetje bijverzint, raakt de boel in de war. Het was een soort les voor mij. Ik was comedie gewend, kleine producties, kinderconcerten. Toen ik werd gevraagd, dacht ik: leuk zo'n tante, doe ik even. Niks leuk, het was een hele lange weg."
Toen hij werd gevraagd, had hij niet eens in de gaten dat het een serieus verzoek was. "Ik ken producent Hans Corneslissen al een jaar of vijftien. Maar oppervlakkig. We kwamen elkaar tegen bij vrienden, op feestjes. We groeten elkaar, maar hebben nooit veel met elkaar te maken gehad. Vorig jaar zat ik in het Nieuwe De La Mar naar een voorstelling te kijken, een ode aan de pianist Martin van Dijk. Hans zat toevallig naast me. Ik zat heel geboeid te kijken en opeens prikte hij met zijn vinger in mijn been en vroeg of ik de rol van tante Cato wilde spelen. Ik dacht dat het een grap was. Ik heb niet eens gereageerd. Later in de pauze legde hij uit dat hij het serieus bedoelde."
Beekes had zich heel druk gemaakt voor deze eerste try-out. "Ik heb de zenuwen gehad! Vanochtend zat ik in de kleedkamer maar te denken. Zouden de mensen hierom lachen? En waarom dan? Ik had echt geen idee. Het had toch gekund dat de mensen helemaal niet hadden gelachen? Op de punten waar ik hoopte dat de mensen zouden lachen, gebeurde dat ook."

Ton Ouwehand, donderdag 22 september 2005



BELHAMEL PIETJE BELL VEROVERT DE MUSICALWERELD
Eenennegentig jaar na het verschijnen van het eerste avonturenboek over Pietje Bell blijkt de Rotterdamse belhamel nog springlevend. Na twee films zijn nu de kwajongensstreken van Pietje Bell vertaald in een musical.

De vrolijke Schoenmaker uit de Rotterdamse Breestraat (tegenwoordig Bredestraat) heeft één onvervulde wens: een zoon. Maar de ooievaar lijkt het te latenbij dochter Martha. Martha is een tiener als de vurige wens van Pieter Bell alsnog wordt vervuld. Pietje Bell is als twee druppels water zijn vader: speels, ondeugend, vrolijk.
Op een dag duikt tante Cato uit Delft op. De humeurige Cato is zo gierig dat ze zelf nooit anders eet dan onbelegde boterhammen of aardappels met azijn. Melk drinkt ze verdund met water. Slank blijft ze er echter niet onder. Cato heeft minimaal cup G en haar achterwerk is zo buitenproportioneel dat ze minimaal twee stoelen nodig heeft. Erger nog is die wrat op haar enorme neus. In haar slaap probeert Pietje Bell 'de grootste krent van Europa' er af te trekken.

Eric Beekes heeft de lachers aan zijn kont. Hij is als tante Cato een levende stripfiguur. "Schateren de kinderen om dat malle mens?" De lachsalvo's ontgaan hem. "Ik hoor bijna niets op het podium. Ik ben zo dik ingepakt: een strakke badmust, een pruik, een hoed, een korset, drie panty's. Mijn kostuum ademt niet. Ik ben drijf na afloop."
Eric Beekes zat in het Nieuwe De La Mar toen hij opeens in zijn been werd geprikt door Hans Cornelissen, de creatief producent van de familiemusical Pietje Bell. "Zou jij de rol van tante Cato willen spelen?" fluisterde hij. "Het bleek een serieus aanbod."
Beekes heeft een naam opgebouwd als tante Wies uit Ede-Wageningen. Tante Wies ontstond op het antwoordapparaat van vriendin Heddy Lester. "Ik belde Heddy voor de gein dat ik als oudtante op zoek was naar mijn beroemde nichtje. Het was in de tijd dat nummerherkenning nog niet bestond. Ik heb het een jaar kunnen volhouden."
"Ik hou heel erg van verkledingen. Een advocatenrol zou niet bij me passen."
Tante Cato is volgens Beekes een ongeduldige, dominate vrouw die krampachtig vasthoudt aan haar gewoontes. "Maar helemaal van steen is ze ook niet. Als Martha trouwt, wrijft ze met het hoekje van haar zakdoek stiekem een traantje weg."
Tante Cato is verhuisd naar Delft omdat haar huis in Schiedam door-en-door vochtig was. "Ze heeft er jicht van gekregen."
De oude vrijster heeft een totaal verkeerd zelfbeeld. Dat ze oerlelijk is, heeft ze totaal niet door. "Ze ziet zichzelf als een soort prinses en laat zich ook als zodanig behandelen."

Dijlan van Vlimmen, donderdag 13 oktober 2005

   
   

 

   

© 2006-2010 www.ericbeekes.nl